Bereikbaarheid tijdens de feestdagen
In de maand december en begin januari is Aktiva op de volgende dagen en tijdstippen niet bereikbaar: Donderdag 18 december:…
Lees verder
In de praktijk werkt een bewindvoerder vaak met een aparte leefgeldrekening op naam van de cliënt. Het leefgeld wordt vanaf de beheerrekening naar die leefgeldrekening overgemaakt. Zo blijft duidelijk welk geld bedoeld is voor vaste lasten en welk geld bedoeld is voor dagelijkse uitgaven.
Hoe vaak je leefgeld ontvangt, spreek je meestal af tijdens de intake. Veel mensen krijgen leefgeld wekelijks, op een vaste dag. In overleg kan het ook anders, bijvoorbeeld als dat beter past bij jouw manier van budgetteren. We krijgen regelmatig de vraag welke frequentie het overzichtelijkst werkt; dit verschilt per persoon en situatie.
•Wekelijks: vaak overzichtelijk, omdat je per week plant wat je uitgeeft.
•Tweewekelijks: minder overschrijvingen, maar je moet langer vooruit plannen.
•Maandelijks: sluit aan bij veel inkomens, maar vraagt meer discipline om het maandbedrag te verdelen.
Let op: hoe een leefgeldrekening precies is ingericht (bijvoorbeeld instellingen rondom internetbankieren, stortingen van buitenaf, iDeal betalingen) kan per bank en per situatie verschillen. Het doel is in ieder geval dat je dagelijkse uitgaven kunt doen zonder dat vaste lasten in gevaar komen.
Help mij directDe hoogte van het leefgeld wordt vastgesteld op basis van een budgetplan. De bewindvoerder stelt dit budgetplan bij de intake samen met jou op. Daarin staan alle inkomsten en uitgaven overzichtelijk op een rij, zoals woonlasten, energie, verzekeringen en eventuele afbetalingen of reserveringen.
Het leefgeld is het bedrag dat binnen dat budget overblijft voor dagelijkse uitgaven. Daarom verschilt het bedrag per persoon. Wie hogere vaste lasten of schulden heeft, houdt vaak minder ruimte over. Als er meer financiële ruimte is, kan het leefgeld ook hoger uitvallen.
Factoren die vaak meespelen bij het bepalen van leefgeld:
•hoogte en soort inkomen (loon, uitkering, toeslagen);
•huur of hypotheek en servicekosten;
•energie- en waterkosten;
•zorgkosten en verzekeringen;
•schulden en aflossingsafspraken;
•gezinssamenstelling (alleenstaand, partner, kinderen);
•reserveringen voor terugkerende of grotere uitgaven (bijvoorbeeld eigen risico, vervanging van apparatuur);
•afspraken over aparte budgetposten, zoals kleedgeld of bijzondere uitgaven.
Nee. Er is geen wettelijk minimum of maximum leefgeld vastgelegd. Dat betekent dat niemand automatisch recht heeft op een vast bedrag per week. De ruimte in jouw budget is leidend. We merken dat hier soms verwarring over bestaat, vooral als er wordt verwezen naar algemene bedragen die in omloop zijn.
Wel werken bewindvoerders in de praktijk vaak met richtlijnen om een redelijk en uitlegbaar bedrag af te spreken. Daarbij wordt regelmatig gekeken naar normen en adviezen van het Nibud. Als het budget het toelaat, wordt bijvoorbeeld vaak uitgegaan van een richtbedrag van ongeveer €40 per week voor een alleenstaande, met circa €10 per week extra per extra gezinslid. Dit zijn streefbedragen: als de financiële ruimte er niet is, kan het leefgeld lager uitvallen.
De vraag hoeveel leefgeld je onder bewindvoering krijgt, is zonder je financiële gegevens niet exact te beantwoorden. Leefgeld is maatwerk en hangt af van je inkomen, vaste lasten, schulden en je huishoudsituatie. We zien in de praktijk dat een goed ingevuld budgetplan hierbij het belangrijkste uitgangspunt is.
Wat je wél kunt verwachten: het leefgeld wordt meestal afgesproken op basis van een budgetplan, en de bewindvoerder kan uitleggen hoe het bedrag is opgebouwd. De richtbedragen hierboven geven een indruk van wat vaak als ondergrens wordt aangehouden als de financiële ruimte er is.
Leefgeld wordt meestal vastgesteld voor een langere periode, passend bij het budgetplan. Tegelijk kan je situatie veranderen. Daarom kan het leefgeld worden aangepast als daar een duidelijke reden voor is en als het budget dat toelaat.
Leefgeld kan soms omhoog als er structureel meer financiële ruimte ontstaat, bijvoorbeeld door hogere inkomsten of lagere vaste lasten. Ook kan het zijn dat tijdens het maken of bijstellen van het budgetplan blijkt dat er meer mogelijk is dan eerder gedacht.
Daarnaast kun je eenmalig extra leefgeld nodig hebben, bijvoorbeeld door een onvoorziene uitgave. Bespreek dat dan tijdig met je bewindvoerder en leg uit waar het bedrag voor nodig is. De bewindvoerder beoordeelt vervolgens of het kan binnen het budget, bijvoorbeeld zonder dat vaste lasten of aflossingen in de knel komen. Als het past, kan er eenmalig extra worden overgemaakt of kan het leefgeld tijdelijk iets hoger worden gezet. We merken dat goed overleg hierover vaak helpt om onverwachte situaties op te vangen.
Een verlaging van het leefgeld kan nodig zijn als vaste lasten stijgen of als er een nieuwe kostenpost ontstaat. Denk aan hogere energie- of woonlasten. In zo’n situatie kan de bewindvoerder het leefgeld aanpassen om te voorkomen dat rekeningen onbetaald blijven. Dit hoort altijd met uitleg te gebeuren, omdat het direct invloed heeft op je dagelijks leven.
In uitzonderlijke situaties kan leefgeld ook tijdelijk worden ingehouden, bijvoorbeeld als er geld op de leefgeldrekening terechtkomt dat daar niet thuishoort en waardoor je al over extra geld beschikt voor dagelijkse uitgaven. Het doel is dan om te zorgen dat er voldoende geld op de beheerrekening blijft voor vaste lasten en gemaakte afspraken. Ook hierbij geldt dat een bewindvoerder dit goed moet toelichten.
Merk je dat je leefgeld structureel tekort schiet? Bespreek dit dan met je bewindvoerder. Soms is het mogelijk om het budgetplan te herzien, zeker als je inkomsten of uitgaven zijn veranderd. Ook kan het helpen om samen te kijken naar waar het geld naartoe gaat en welke keuzes binnen het weekbudget het meeste verschil maken. We krijgen vaak de vraag hoe om te gaan met knelpunten in het weekbudget; hier is maatwerk en samenwerking met de bewindvoerder belangrijk.
Is verhoging niet mogelijk? Dan kan er worden gekeken naar andere vormen van ondersteuning. In sommige situaties kan bijvoorbeeld de voedselbank een tijdelijke verlichting geven. Welke hulp beschikbaar is en wat de voorwaarden zijn, verschilt per situatie en per organisatie. We denken graag met je mee en kunnen ook helpen kijken of een vergoeding van de kosten van bewindvoering mogelijk is.
✓Maak een simpel weekplan: schrijf op wat je per week ontvangt en verdeel het grofweg over boodschappen, vervoer en overige uitgaven.
✓Houd je uitgaven bij: noteer een week lang alle betalingen. Dat geeft snel inzicht in vaste kleine kosten.
✓Werk met prioriteiten: betaal eerst wat je echt nodig hebt (eten, vervoer), en kijk daarna pas naar extra’s.
✓Spreek af wat je doet bij tegenvallers: overleg met je bewindvoerder hoe je een onverwachte uitgave meldt en welke ruimte er soms wél of niet is.
✓Denk aan grotere posten: vraag hoe in jouw budget is geregeld dat je kleding of andere grotere uitgaven kunt doen (bijvoorbeeld via een aparte post zoals kleedgeld of bijzondere uitgaven).
In de maand december en begin januari is Aktiva op de volgende dagen en tijdstippen niet bereikbaar: Donderdag 18 december:…
Lees verderSteeds meer mensen horen iets over “onder bewind staan”. Soms via een tv-programma, soms via iemand in de buurt. Dat…
Lees verder‘Van onwetend naar wetend…’ Geheel onwetend van het vakgebied bewindvoering trad ik het bewindvoerderskantoor op mijn eerste stagedag binnen, waarbij…
Lees verderHet vak beschermingsbewind is dynamisch en uitdagend. Bewindvoerderskantoor Aktiva benadrukt dit graag en maakt het haar missie om niet alleen…
Lees verder